Politieke roots

Ooit had Nederland 3 duidelijke politieke stromingen, geen partijen, alleen groepen mensen met ongeveer dezelfde opvattingen over hoe het land bestuurd zou moeten worden. De stroming waar je op stemde werd meestal bepaald doordat je tot een bepaalde groep hoorde in de maatschappij.

Rijke fabrikanten en ondernemers behoorden in de 19e eeuw vaak tot de liberale stroming, arbeiders voelden zich vaak thuis bij de socialistische stroming. Katholieke arbeiders en protestantse arbeiders kozen er vaak voor om bij de confessionele (godsdienstige) stroming te horen.

Liberalen waren, en zijn nu nog, voorstanders van vrijheid op persoonlijk en economisch gebied. Zij willen fabrieken en grondstoffen in handen zien van particulieren en niet in handen van de staat. Doel is het maken van winst, waardoor arbeid, werkgelegenheid, koopkracht en welvaart ontstaan.

Confessie is een ander woord voor godsdienst. Het handelen in de politiek moet dus gebaseerd zijn op de godsdienst, op de Bijbel.
De confessionelen sloten zich op in hun eigen levenssfeer en sloten anderen buiten. Het kwam voor dat confessionelen boodschappen deden bij hun ‘eigen’ bakker, kruidenier enz. Dit verschijnsel noemen we verzuiling.

Socialisten zijn voorstanders van de gelijkheid van de mensen. Zij willen daarom nivelleren, de verschillen tussen de mensen verkleinen. Zij zijn tegenstanders van het kapitalisme. Zij zijn er dus tegenstander van dat de productiemiddelen (fabrieken, grondstoffen en arbeiders) in handen zijn van rijke fabrikanten. Deze productiemiddelen zien ze liever in handen van de staat. Dan zullen de tegenstellingen tussen de rijke en de arme klassen vanzelf verdwijnen en zullen er gelijke kansen komen voor iedereen is de gedachte.

Tot nu toe nog een eenvoudig verhaal, maar dat blijft niet zo. De groepen gingen zich verenigen in echte politieke partijen. Er kwamen voorzitters, besturen, fractievoorzitters en politieke ideologieën. Ook, en misschien wel juist hierdoor, ontstonden er ruzies, onenigheden en afsplitsingen. Vanwege ander politiek inzicht, ander geloof, ander inzicht of gewoon vanwege geld. Het politieke landschap werd daardoor steeds onoverzichtelijker.

Kijk voor de lol eens hoeveel politieke partijen er waren en zijn, en bedenk dat dit overzicht lang niet compleet is:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Politieke_partijen_in_Nederland

Hierdoor verloren partijen steeds vaker de oorspronkelijke stroming uit het oog. Toch verwijten de huidige partijen elkaar vaak dat ze de oorspronkelijke stroming niet (meer) volgen.

De VVD  komt uit de stroming van de liberalen. Vrijheid, verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, sociale rechtvaardigheid en de gelijkwaardigheid van alle mensen. Sociale rechtvaardigheid moet bevorderd worden. Daarmee schept de overheid gelijke kansen voor iedereen. Eventueel verleent de overheid bijstand. Het waren de liberalen die begonnen met de bouw van sociale wetgeving.

De PVV is weer een afscheiding van de VVD. Ze nam een naam aan die erg veel lijkt op de voorloper van de VVD, Partij van de Vrijheid (PvdV). In maart 2006 werd het verkiezingsprogramma van de PVV bekendgemaakt, getiteld Klare wijn. Wilders wil imams verbieden, art. 1 uit de grondwet en de belastingen radicaal verlagen.

Keren we definitief terug naar de oude politiek van pappen en nathouden, het verdelen van een steeds kleiner wordende koek, en van een lafhartig multiculturalisme of zorgen we voor een rechtse kentering door te kiezen voor duidelijkheid en daadkracht, voor groei en welvaart, en voor het benoemen en verdedigen van onze culturele identiteit?

De politieke partij Democraten 66 (D66) werd opgericht in 1966, door de journalist H.A.F.M.O. van Mierlo en het voormalige Amsterdamse VVD-gemeenteraadslid J.P.A. Gruijters, die de VVD na een conflict had verlaten. De partij gaat er prat op geen beginselprogramma te hebben. Leden voelen zich links van het midden, maar geschreven staat sociaal-liberaal. Indviduele vrijheden als abortus en euthanasie zijn belangrijk en ze zetten sterk in op bestuurlijke vernieuwing. Gekozen burgemeesters hebben we echter nog steeds niet.

Het CDA is een samenvoeging van 3 confessionele partijen. In het beginselprogramma staat dat het CDA politieke vraagstukken op een christendemocratische wijze wil benaderen. De partij aanvaardt de bijbelse getuigenis van Gods beloften, daden en geboden als de beslissende factoren voor mens, maatschappij en overheid. De overheid is de dienaresse van God. Belangrijk in de beginselen van het CDA is het uitgangspunt dat de mens de beheerder, de rentmeester, is van de door God geschapen wereld. Ook de overheid dient zich dusdanig te gedragen. De natuur en het natuurlijke leefmilieu moeten gerespecteerd en beschermd worden, zodat ‘de vruchten van de schepping aan allen ten goede zullen komen’.

De SGP bestaat uit Gereformeerden die niet met de katholieken samen wilden werken in het CDA.

De ChristenUnie bestaat sinds 2002, wordt vaak links genoemd, maar is ontstaan uit 2 rechtse partijen (GPV en RPF, klein christelijk rechts). Rouvoet distantieert zich echter van het links-rechtsdenken en bestempelt zijn partij liever als christelijk-sociaal.

Wie deze partijen nu bezig ziet beseft dat ze heel ver van deze beginselen zijn afgedwaald. Verdraagzaamheid? Gelijkwaardigheid? Sociale rechtvaardigheid? Rentmeesterschap? Respect voor de natuur?

Uit de socialistische stroming kwamen de SDAP, de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij, die na de Tweede Wereldoorlog opging in de PvdA, de PSP en de CPN voort.  Het beginselprogramma van de PvdA bestaat niet (meer).  Ze veranderden namelijk geregeld van beginselprogramma. De basisredenen van oprichting en vereniging van een politieke partij werd dus steeds bijgesteld. De PvdA was oorspronkelijk voor het socialisme, afschaffing van het kapitalisme, stemrecht voor iedereen, goede sociale voorzieningen om armoede uit te sluiten en zelfs voor afschaffing van het Koningshuis, etc.  Voorbeeld:

c. een sociaal-economische orde zonder klassentegenstellingen, waarin de gemeenschap
verantwoordelijk is voor planmatige leiding der produktie en rechtvaardige verdeling van de welvaart, de eigendom der produktiemiddelen en de beschikkingsmacht daarover ondergeschikt zijn aan het welzijn der gemeenschap, persoonlijke initiatieven worden bevorderd, gelijke kansen op ontplooiing bestaan voor een ieder, aan sociaal zwakken bijstand is verzekerd, een rechtsorde van de arbeid de positie der werkenden in bedrijf en maatschappij waarborgt;

Dat komt uit het beginselprogramma 1959 van de PvdA!!

Op het partijcongres in 2005 werd een beginselmanifest aangenomen. Daarmee nam de partij afscheid van het oude beginselprogramma van 1977, waarin de nationalisatie van belangrijke industrieën, banken en verzekeringsmaatschappijen werd bepleit.

De Socialistische Partij nam reeds bij haar oprichting in 1972 afscheid van het marxisme en maakte een eigen beginselprogramma. De SP wil ‘een samenleving waarin menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit voorop staan’.
De SP streeft er naar iedereen een echte kans te geven om zijn geluk maximaal na te streven. Kernpunten daarbij zijn het recht op werk, recht op een fatsoenlijk inkomen of een goede sociale uitkering, recht op goed en gratis onderwijs en recht op een goede gezondheidszorg.

GroenLinks is een samenwerkingsverband tussen de PPR, EVP, PSP en CPN. De individuele linkse partijen (klein links) waren klein en dachten samen meer macht te kunnen krijgen. Uit het beginselprogramma 1990:

De kapitalistische productiewijze stuit in toenemende mate op haar eigen grenzen. Technologische en industriële ontwikkelingen hebben geleid tot grove vormen van milieuvernietiging. Op sociaal gebied is in Nederland een hoop bereikt. Dankzij een sterke verzorgingsstaat behoren scherpe sociale tegenstellingen tot het verleden. Keuzemogelijkheden van mensen zijn verruimd, echter niet voor iedereen in gelijke mate.

Het Nederlandse driestromenland is niet meer. De drie grote politieke stromingen die Nederland van oudsher hebben bestuurd – christen-democratie, sociaal- democratie, liberalisme – zijn verdeeld, verdwaald, onduidelijk en vinden steeds minder aanhangers. Een beginselprogramma dat staat en blijft geeft kiezers een houvast. De manier waarop partijen steeds opnieuw hun beginselen bijstellen en een geheel andere weg inslaan is verwarrend voor kiezers en maakt dat ze het vertrouwen in de politiek verliezen.

Is star vasthouden aan meningen van 40 jaar geleden dan beter? Ja! Immers de kijk op de maatschappij is niet veranderd. Steeds opnieuw kunnen de beginselen in verkiezingsprogramma’s toegepast worden op de huidige maatschappelijke omstandigheden.

Zo’n 16,7 miljoen Nederlandse statistitici hebben zich sinds oktober 2010 over de vraag gebogen: “Wat ging er mis? Waarom zitten we opgescheept met een kabinet dat de geschiedenis zal ingaan als ‘het kabinet van 130 op de Afsluitdijk’ (al kon dat slechts worden betaald door de totale Nederlandse cultuur te slopen)?”. Persoonlijk denk ik door het bovenstaande.

Doe maar eens de kwis:
http://www.geschiedenisdc.nl/klas2/4%20Burgers%20en%20stoommachines/4.3-mk.htm

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Nederland, Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s