In het zweet des aanschijns…….

‘In het zweet des aanschijns zult gij uw brood verdienen’.

Mijn vader werkte vanaf zijn 14-de verjaardag bij het Almelose textielbedrijf Ten Cate.  De massale Twentse katoenindustrie in het verleden is voor een groot deel bepaald door de “grote vijf”. Dat waren de vijf witweverijen, producenten van ongebleekt of gebleekt katoenen doek met exotische namen, die hun produkten in hoofdzaak exporteerden naar de koloniën of andere gebieden in Azië. Het massale karakter van de grote vijf bleek uit het over het algemeen grote personeelsbestand van vaak meer dan duizend arbeiders, uitgestrekte spin- en weefzalen en de onafgebroken stroom van doek, dat in vele duizenden meters verscheept werd naar overzeese gebieden. Een van die vijf was het  Almelose bedrijf  Ten Cate. Het heeft een geschiedenis waarvan het eerste schriftelijke document teruggaat tot 1704. Zo protesteerde de familie Ten Cate al 1691 tegen de verhoging van invoerrechten door Engeland. Toen dan ook in 1704 de kooplieden en linnenwevers van Almelo hun bezwaren tegen de vrije invoer van garens en linnen uiteen zetten aan de Staten-Generaal, behoorde een aantal Ten Cate’s tot de ondertekenaars van dit bezwaarschrift.

Vrijwel iedereen die ik kende als kind, werkte in de textielindustrie. Fabriekswerkers met grote gezinnen. De zoons gingen naar de weversschool en kwamen ook in de fabriek te werken. Erg gezond was het niet, maar een keuze had men ook niet.

Hier in Zuid-Limburg hoor ik soortgelijke verhalen over de mijnindustrie. Klinkende, bekende namen, vader op zoon, op zoon, op zoon die in de mijnen gingen werken.

In 1836 kwam de eerste stoommachine al in de fabriek van Ten Cate te staan. Daardoor was er minder personeel nodig en kon men meer, sneller, goedkoper produceren. De grote textielfabrieken werden kleiner en kleiner, zochten andere takken (kunstgras bijvoorbeeld) of verdwenen helemaal. De mijnen zijn tussen 1966 en 1973 allemaal gesloten.Wat achterbleef was veel verdriet en ellende voor gewone mensen, de vroegere arbeiders. Mijn vader had geluk, hij werd, vlak na mijn geboorte in 1962, aangenomen in het Katholieke Ziekenhuis St. Elisabeth te Almelo. Maar veel arbeiders vonden geen werk.

Het ging economisch slecht.  Het gaat altijd om gebieden waar het economische slecht gaat. In het verleden ging het om gebieden als Zuid Limburg (sluiting kolenmijnen), Twente (sluiting textielindustrie), Helmond (sluiting van diverse traditionele bedrijfstakken). Zo’n gebied wordt een herstructureringsgebied genoemd.

De massale maakindustrie bestaat niet meer. Ook grote boerenbedrijven met personeel zijn uitgestorven. De herstructurering kost veel geld en ik vraag me soms af of het nog wel zin heeft zoveel geld uit te geven om iedereen aan het werk te krijgen. Nu zijn we hier in het Zuiden weer bezig Nedcar te redden, of moet ik zeggen de dood van Nedcar uit te stellen?

We hebben nog wel maakindustrie en megastallen hoor. We maken dingen, we exporteren dingen, we verdienen er blijkbaar ook voldoende geld mee. Alleen we hebben veel minder mensen, of soms zelfs geen mensen, nodig om die spullen te produceren. Zelfs een oerderij draait op machines en computers. De meest arbeidsintensieve zaken worden in lage-loon-landen gemaakt, al dan niet door kinderen. Vraag en aanbod worden niet meer op elkaar afgestemd, we maken, maken, maken en moeten vervolgens veel geld uitgeven aan reclame om mensen er van te overtuigen dat ze die spullen allemaal echt nodig hebben.

De werkloosheidscijfers in Nederland stijgen momenteel met 100.000 per kwartaal. Mooi getal he? 100.000. Dat zijn honderd duizend mensen, gezinnen, die in de ellende zitten. Ieder kwartaal weer.

Komen die mensen ooit nog aan het werk? Is het wel nodig dat iedereen werkt? Verdienen we met zijn allen niet genoeg om iedereen te onderhouden?

Hoeveel geld hebben we al niet besteed aan reintegratie. Werkt het? Nou nee.

Wellicht is het tijd dat we onder ogen zien dat mensen die geen werk kunnen vinden straffen en korten op hun uitkering, geen zin heeft. Dat wanneer we die mensen op of zelfs onder de armoedegrens laten leven, we onze eigen industrie kapot maken. Er is dan immers geen vraag meer. Mensen kunnen zich niets veroorloven.

Het is tijd dat we met zijn allen onder ogen zien dat de tijd van de grote fabrieken voorbij is.

In Almelo wordt het pand Indië, van Ten Cate, afgebroken. Er komen woningen voor in de plaats. Het zien van de foto’s van Ellen Wahl en Thorin van Gelden maakte mij weemoedig. Ik zie weer die spoel aan de muur. Bij mijn ouders, de buren, hun buren, ooms en tantes. Mensen waren trots op hun werk. En wat is er over??

http://www.projectenbankcultuurhistorie.nl/projecten/ten-cate-wordt-woon-en-werkgebied                       Indië

 

Het blijft jammer…… maar hebben we het nog nodig?

1 reactie

Opgeslagen onder De wereld, Irma, Nederland

Een Reactie op “In het zweet des aanschijns…….

  1. Nöl

    Irma, jouw verhaal is voor mijn een heel herkenbaar verhaal. Met 14 jaar naar de ON 2 in Schaesberg. 1974 einde paal. Maar ik had van mijn hobby mij werk gemaakt. Jij hebt de neergang in de Twentse textiel gezien. Ik de ondergang van de Limburgse mijnindustrie. Nu ik. sinds 1974, in Groningen woon heb de strokarton en de scheepvaart ook zien verdwijnen. Het zal wel altijd zo blijven, want ik denk dat onze (klein)kinderen het einde van de gasindustrie net zo zullen ervaren. Helaas, helaas.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s